Corporate Jazz:werken zoals een jazzband speelt

vrijdag, 27 januari, 2012 - 16:26 in: Zonder categorie, Weblog

Bijzondere resultaten bereiken met lichtheid en plezier? Organiseer je werk zoals een jazz band muziek maakt. Dit 2-minuten fimpje wil je inspireren om dit voor jezelf te ontwikkelen.
In de beroemde tv- serie ‘Wynton Marsalis OnMusic’ uit 1995 legt trompettist Wynton Marsalis aan
kinderen het verschil uit tussen een traditioneel orkest en een jazzorkest. We kunnen het beeld van de
jazzband gebruiken als een metafoor voor de manier waarop strategische thema’s, boodschappen en ideeën
tot leven komen in ons werk in organisaties of als zelfstandig professional. Ook wij willen ons onderscheiden van de ‘traditionele oplossingen’ om uit
de huidige situatie van de kredietcrisis te komen. Het moet anders, we moeten nieuwe vormen uitproberen
die meer inspelen op het omgaan met complexiteit, improviseren en openstaan voor onverwachte
mogelijkeden. Wat betekent dat voor de samenwerking tussen mensen en afdelingen?
Ik speel jarenlang jazz en klassiek gitaar en heb het voorrecht om in workshops en masterclasses als leerling te kunnen luisteren en leren van beroemde en ervaren muzikanten. Samen met trompettist en bandleider Diederik Ruisch heb ik eens nagedacht over hoe we de inzichten uit de jazz praktisch kunnen toepassen in ons werk. Hoe train je je Jazz Mind en je Jazz Vaardigheden?
Train je Jazz Mind: Vier principes voor spelend ondernemen
1. Hoor de muziek voordat het begint
‘Voor we een stuk beginnen te spelen, stemmen we eerst op elkaar af. We zwijgen en kijken elkaar aan. Als we voelen dat we allemaal verbonden zijn met de muziek, tel ik af en beginnen we te spelen. Dat aftellen lijkt belangrijk, maar is eigenlijk maar een formaliteit’ zegt Diederik. In ons werk worden we geleerd om hetzelfde te doen. ‘Start with the end in mind’ noemt Stephen Covey dat. Toch komt het er in de praktijk vaak niet van. We beginnen gewoon en we denken dat we ‘hands on’ en praktisch zijn. Het lijkt op improviseren, maar onze handelingen hebben geen enkele samenhang en voegen niets aan elkaar toe. Improviseren is geen overlevingsstrategie waarmee je chaotische plannen en acties een mooie naam geeft. Improviseren is vertrekken vanuit een gemeenschappelijk beeld over het eindresultaat. Fantaseer eens over wat jij mogelijk wilt maken met de dingen die je doet. Zie dat beeld voor je. Welke eerste stap trekt jou naar dat beeld toe?

2. ‘Find Your Groove’
Voor jazzmuzikanten is de ‘groove’ belangrijk voor hun spel. Het is de basis van het stuk en het geeft hen houvast en inspiratie. Volgens mij is er geen goed Nederlands woord voor, maar het gaat over de energie, de pulse die je voelt tijdens het spelen. Dat is wat anders dan het ritme. Bijvoorbeeld de Weense wals van André Rieu is een driekwartsmaat: 1-2-3, 1-2-3. Net als de jazzwals Bluesette van Toots Thielemans. Maar beide muziekstukken voelen  als een wereld van verschil door de ‘groove’ die anders is. In ons werk kunnen we het ritme vergelijken met de regels waaraan we ons moeten houden. Het geeft duidelijkheid en houvast, maar het is al snel saai en inspireert ook niet om het beste uit onszelf te halen. Zoals Jules Deelder eens opmerkte bij een keurig voorstel voor een project: ‘dit ken toch niet swingen, mensen?’.  
‘Find Your Groove’ gaat over het afstemmen op de dingen die jou elke dag opnieuw energie en plezier geven. Ook al zijn de dingen die je doet soms stressvol en ondankbaar, ook al faal je in je doel, zolang je jezelf ook in die situaties blijft afstemmen op je plezier en energie, blijf je op je weg en kun je verder. Zoals basketballer Michael Jordan eens zei: ‘Je kunt de wedstrijd winnen of verliezen. Zolang je er van leert en niet opgeeft, brengt het je in beide gevallen dichter bij je droom om kampioen te zijn’.
3. Wees genereus als iemand de solo speelt.
Wynton Marsalis vergeleek soleren in een jazzband eens met trapezewerkers in het circus. Ze schommelen hoog boven het publiek in een bepaald ritme. Dan komt het moment dat de één loslaat, een salto doet en weer aanhaakt bij de ander op diens schommel. Dat moment noemt Marsalis soleren. Dan mag jij je kunstje doen. De anderen zorgen voor de balans, geven je de ruimte en reiken je weer de hand. Maar als je je niets aantrekt van het ritme van beide schommels en drie of vier kunstjes wil doen, mis je de aansluiting en val je naar beneden. In de praktijk van mijn marketingwerk kom ik dit verschijnsel vaak tegen. Organisaties die hun klanten ongevraagd allerlei productaanbiedingen doen. Managers die op de hei een visie of strategie hebben uitgewerkt en die dit in een lange powerpoint presentatie komen meedelen aan hun medewerkers. Medewerkers die een ‘goed idee’ hebben en teleurgesteld zijn als niemand naar ze luistert. We zitten vaak vast in ons ‘ego’ die onze eigen solo het Allerbelangrijkste maakt. Daardoor staan we nauwelijks stil bij de inbreng van anderen en de rol van het collectief. We missen daardoor letterlijk de aansluiting. Schrijfster Nathalie Goldberg merkte eens op: ‘In a  good vegetable soup you will never hear the onion scream ‘I am the Onion, I am the Onion’. Het is het verschil tussen de ‘ja maar’ cultuur en de ‘ja en cultuur’. Sta stil bij wat jou bijzonder maakt en wat jij hebt te bieden aan anderen. Sta dan anderen toe om aan jou bij te dragen en maak je projecten groter dan je ooit voor mogelijk hield.
4. Start een dialoog
Jazz muziek is een collectief gesprek. Je bent niet alleen. Je begint met het spelen van het thema. Of in je improvisatie laat je een muzikaal figuurtje horen op je instrument. Anderen reageren daar op. Brengen daar een kleine verandering in aan. Waarop iemand anders het idee muzikaal verder brengt. Ook al speel je even niet, in gedachten doe je mee. Zodat je gelijk aan kunt haken als andere bandleden jou ineens uitnodigen voor een solo. Het muzikale product komt tot stand via een voortdurende dialoog. Je wordt uitgenodigd, stelt een muzikale vraag of geeft een muzikaal antwoord. Zo gaat het ook in ons werk. Je hoeft jezelf niet maandenlang op te sluiten in je kantoor voordat je je idee kunt presenteren. Presenteer een klein deel. En laat het groeien in de dialoog met anderen.
Tot zover de uitgangspunten!
In mijn volgende bijdrage zal ik ingaan op het oefenen van je Jazz Vaardigheden, de 5 acties die je kunt toepassen in je werk.

Wat managers kunnen leren van kinderen: 3 principes over samenwerken

maandag, 2 januari, 2012 - 17:50 in: Zonder categorie, Weblog

In december 2011 werkten kinderen in de Queensland Art Gallery, Brisbane, samen aan het kunstwerk The Obliteration Room van kunstenaar Yayoi Kusama. Een witte ruimte met daarin een witte stoel, piano en tafel dienden als canvas om stickers te plakken. In twee weken tijd werd de ruimte getransformeerd in een zinderend kleurenfeest.

Hoe de kinderen werkten is een mooie metafoor over samenwerken en ondernemen. Stel nou dat dit niet gaat over kinderen in een ruimte, maar over hoe jij succesvol kunt zijn in 2012. Hoe ziet dan jouw jaar er uit?

20111118_msherwood_YayoiKusama_InstallationView_015.jpg

1. Wees niet bang voor de witte ruimte
De kinderen hebben weinig marktonderzoek nodig om in de ruimte te bepalen wat ze willen gaan doen. Ze beginnen gewoon ergens. Vandaar uit ontstaat vanzelf het besef wat de volgende stap kan zijn. Veel ondernemers zijn zo begonnen. Managementgoeroe Charles Handy noemt ze Nieuwe Alchemisten: mensen die van niets iets bijzonders weten te maken. Ook in jouw werk zijn in 2012 ‘witte ruimtes’ die nu nog onbekend, leeg en groot zijn. Zet de eerste stap en vertrouw dat het vervolg zich vanzelf ontvouwt.

20111118_msherwood_YayoiKusama_OfficialOpening_029.jpg
2. Laat de gehechtheid los aan ‘jouw idee’
Als duizenden kinderen twee weken lang hun stickers mogen plakken in de ruimte, is er na die twee weken niet meer te zien wat er van jou is en wat van de ander. Een kind had een vraagteken gemaakt, maar een week later waren er zoveel stickers overheen geplakt, dat dit niet meer als vraagteken te herkennen was. Het is iets nieuws geworden. Zo is elk idee een uitnodiging voor anderen om bij te dragen. Maak van jouw idee een uitnodiging aan anderen om mogelijk te maken wat met individuele ideeën niet mogelijk zou zijn geweest.
obliteration-room-full.jpg

3. Maak je niet druk om het hoe. Laat nieuwe patronen zich ontvouwen!
De kinderen hoeven niet eerst uren te vergaderen over de visie, het concept en de strategie. Er zijn geen afpraken voor de kinderen die de volgende dag of een uur later de ruimte betreden. Alles is al in de ruimte. Het enige dat de kinderen doen is bij dragen door stickers te plakken. De ruimte is de metafoor voor de nieuwe markt, de uitdaging die we aan willen gaan. Het lijkt een chaos, maar dat komt omdat je de nieuwe patronen nog niet herkent. Het potentieel in de ruimte is oneindig. Met oude gedragspatronen bereik je vaak geen nieuwe resultaten. Als je je open stelt voor de ruimte, zie je vanzelf de nieuwe patronen die je de weg wijzen. Stem je af op de ruimte: wat wil je mogelijk maken?. Hoe, dat ontvouwt zich vanzelf!

(Foto’s: Queensland Art Gallery)